Zo maak je spelen mogelijk
“Ga je mee spelen?” Voor veel kinderen is dat het begin van een middag buiten. Ze kiezen een plek, verzinnen samen iets en veranderen onderweg de regels. Maar aansluiten bij dat spel is niet voor ieder kind vanzelfsprekend. Soms zit de drempel in de route naar de speelplek. Soms kan een kind er wel komen, maar niet meedoen. En soms is alles bereikbaar, maar blijft het contact met andere kinderen uit.
Wat maakt een speeltuin dan echt inclusief? Daarvoor kijken we naar de hele plek én naar wat er tussen kinderen gebeurt. Want het doel is dat kinderen met verschillende mogelijkheden elkaar vinden in het spel.
Wat is een inclusieve speeltuin?
Een inclusieve speeltuin geeft kinderen met en zonder beperking de kans om samen te spelen. Ze kunnen er komen, vinden spel dat bij hen past en voelen zich welkom om mee te doen. Ook ouders en begeleiders kunnen de plek bereiken en er prettig verblijven.
Dat betekent niet dat ieder kind alles op dezelfde manier moet doen. Het ene kind zoekt de uitdaging van een klimroute. Een ander blijft liever laag bij de grond, ontdekt met zijn handen of kijkt eerst een tijdje toe. Een inclusieve speelplek biedt ruimte voor die verschillende keuzes. De uitdaging is om kinderen vervolgens ook met elkaar in contact te brengen.
Wat is het verschil tussen toegankelijk en inclusief?
Toegankelijkheid gaat over het kunnen bereiken en gebruiken van de speelplek. Kunnen kinderen en begeleiders er komen, zich over het terrein bewegen en bij de speelaanleidingen komen? Kunnen zij die ook gebruiken? Een brede ingang helpt bijvoorbeeld weinig als de rest van de speelplek door los zand moeilijk bereikbaar is.
Bij inclusie kijken we ook naar de ervaring tijdens het spelen. Vinden kinderen met verschillende mogelijkheden er iets dat hen aanspreekt? Kunnen zij op hun eigen manier deelnemen aan het spel van anderen? En voelen zij zich welkom om aan te sluiten? De inrichting kan dat stimuleren, maar ook de manier waarop kinderen en volwassenen met elkaar omgaan maakt verschil.
Een inclusieve speeltuin heeft dus toegankelijke routes én bruikbare speelmogelijkheden. Daarnaast biedt de plek kansen om elkaar te ontmoeten en samen te spelen. Of dat ook gebeurt, zie je pas wanneer kinderen de plek gebruiken.
Wil je meer weten over het ontwerpen van een inclusieve speelplek?
Lees onze whitepaper Inclusief buitenspelen voor inzichten en praktische aandachtspunten.

Hoe geef je kinderen ruimte om samen te spelen?
Begin bij de route door de speelplek
De ingang is pas het begin. Een kind moet ook bij verschillende vormen van spel kunnen komen. Kijk daarom hoe de paden de speelzones met elkaar verbinden. Leiden ze naar aantrekkelijke plekken, zoals de schommel, het zandspel of een speelheuvel? Is er onderweg iets te beleven? En blijft de route bruikbaar na een regenbui?
Een pad hoeft geen doorgang langs het spel te zijn. Met voelbare elementen, geluid of kleine speelaanleidingen wordt de route zelf een plek om te ontdekken en contact te maken.
Bied verschillende manieren om mee te doen
Kinderen hoeven binnen één spel niet dezelfde handeling te verrichten. Bij zand en water kan de één pompen, de ander een dam bouwen en een derde de goot bedienen. Hun handelingen hebben invloed op elkaar. Daardoor ontstaat een gezamenlijk spel.
Dat is een goede vraag bij ieder ontwerp: kunnen kinderen vanaf verschillende plekken en op verschillende manieren bijdragen aan wat er gebeurt? Kijk daarbij ook naar de meest aantrekkelijke onderdelen. Als juist daar weinig kinderen aan kunnen deelnemen, missen zij een belangrijk deel van de speelervaring.
Laat ruimte voor actie en rust
Een levendige speelplek heeft ook rustige plekken nodig. Sommige kinderen willen eerst zien wat anderen doen. Anderen zoeken na een druk spel even beschutting. Een herkenbare indeling en een rustige zitplek met zicht op het spel maken het gemakkelijker om later weer aan te sluiten.
Ook begeleiders hebben een plek nodig vanwaar zij kunnen kijken, helpen of meespelen. Hun mogelijkheden bepalen mede of een gezin graag naar de speeltuin komt.
Vraag gebruikers wat zij ervaren
Een ontwerptekening laat zien waar een pad loopt. Kinderen laten zien of ze dat pad prettig vinden en waar ze werkelijk gaan spelen. Daarom helpt het om kinderen met en zonder beperking, ouders en begeleiders vanaf het begin te betrekken.
Loop samen over de bestaande plek. Vraag waar kinderen graag komen, wat ze overslaan en met wie ze spelen. Kijk na de aanleg opnieuw: vinden kinderen elkaar op de plekken die daarvoor bedoeld waren? Zo kun je leren van het gebruik en waar nodig iets verbeteren.
Wat betekent de 100–70–50-regel?
De Speeltuinbende ontwikkelde de samenspeelbril om met een brede blik naar een speelplek te kijken. De bijbehorende vuistregel luidt: 100% welkom, minstens 70% van de speelaanleidingen bereikbaar en minstens 50% bespeelbaar voor ieder kind, met aandacht voor ontmoeting en samen spelen.
Die getallen helpen om vragen te stellen tijdens het ontwerpen. Ze vormen geen wettelijke norm of keurmerk. Een telling vertelt bovendien weinig over hoe aantrekkelijk een onderdeel is. Als bijna alle kinderen juist naar het waterspel willen, is het belangrijk om te onderzoeken wie daar kan meedoen. De ervaring van kinderen blijft leidend.
Van een wens naar een speelplek
Kinderen betrekken bij het ontwerp klinkt logisch. Maar wat gebeurt er als je hun idee ook echt als uitgangspunt neemt? De SpeelThijnbaan op de vernieuwde speelplek aan de Bolomeystraat in Eindhoven laat zien waar dat toe kan leiden.
Het idee kwam van Thijn. Hij wilde dat alle kinderen van een glijbaan kunnen glijden. Samen met hem ontwikkelden we daarom een baan waarop kinderen met een rolstoel, fiets of skateboard naar beneden kunnen. Aan hetzelfde toestel zit een gewone glijbaan. Zo kunnen kinderen ieder op hun eigen manier samen glijden.
Thijns wens ging over een ervaring die kinderen graag delen: van de glijbaan gaan. Door vanuit die wens te ontwerpen, ontstond een toestel dat verschillende manieren van glijden bij elkaar brengt. Dat is ook de vraag voor de rest van een speelplek: wat willen kinderen samen doen, en hoe maak je dat voor meer van hen mogelijk?
Wanneer is een speeltuin echt inclusief?
We hebben op veel speelplekken gekeken naar wat er gebeurt zodra kinderen gaan spelen. Welke routes kiezen ze? Waar sluiten ze bij elkaar aan? Welke onderdelen trekken hen aan, en waar blijft een kind juist aan de kant staan? Ook ouders en begeleiders kunnen vertellen wat een bezoek aan de speeltuin gemakkelijk of lastig maakt.
Wat we op die plekken zien en horen, nemen we mee in onze ontwerpen. We kijken hoe kinderen bij het spel komen, wat zij daar zelf kunnen doen en hoe verschillende vormen van spelen met elkaar verbonden zijn. Zo kan een kind een eigen keuze maken en tegelijk deel uitmaken van wat anderen doen.
Iedere speelplek en iedere groep kinderen is anders. Daarom blijven we ook op de plek zelf kijken en luisteren. Een speeltuin is voor ons inclusief wanneer kinderen met verschillende mogelijkheden er iets vinden dat hen aanspreekt, kunnen meedoen en de ruimte voelen om tegen een ander te zeggen: “Ga je mee spelen?”
